Over Erica Rutten

2014-02-21-erica-rutten-klein-1Ik ben van kind af begaan met voeding. Zo hield ik ervan ons eigen brood te bakken en maakte ik tijdens de middelbare studies een verhandeling over voedselbezoedeling. De stap naar een wetenschappelijke richting voeding- en dieetleer aan de Katholieke Universiteit Leuven was dus niet uit de lucht gegrepen. Vier jaar later studeerde ik af als master in de voeding- en dieetleer. Tijdens mijn laatste jaar ben ik met een Erasmusproject naar de universiteit in Maastricht gegaan. Dat bleek een zeer goede keuze omdat ik de theoretische kennis die ik in Leuven had opgedaan kon koppelen aan de praktijk. Na dat jaar koos ik ervoor me meer te verdiepen in het doen van onderzoek.

Zo ben ik in 2001 een doctoraatproject ingestapt waar ik grondig kennis maakte met onderzoek over klinische voeding bij chronische ziekten. Ik werd er mij van bewust dat de wetenschappelijke wereld ver weg ligt van iedereen die er niet rechtstreeks iets mee te maken heeft, van ‘leken’. Ik deed onderzoek met mensen, proefpersonen genaamd, iets dat ik altijd een enorme meerwaarde heb gevonden tijdens deze periode.

Na het behalen van mijn doctoraat bleef ik in het onderzoek en ontplooide ik mij als voedingswetenschapper. De problematieken van onze voedingsgewoonten met alle consequenties vandien werden mij duidelijk. De afstand tussen wetenschap en ‘leek’ blijkt in dit onderzoeksveld nog groter te zijn. Zo kreeg ik meer en meer de behoefte om terug tussen de mensen te staan en de wetenschappelijke kennis over voeding te laten doorsijpelen in de maatschappij. Dit wil ik graag combineren met een goede samenwerking met bedrijven en andere instanties middels verschillende voeding gerelateerde projecten. Om de link met de wetenschap te behouden, ben ik lid van de Nederlandse Academie voor Voedingswetenschappen en van de Belgian Nutrition Society.

In mijn privé ben ik, naast mijn fascinatie over voeding erg graag bezig met sport en outdoor activiteiten. Tevens is er altijd leven genoeg in en om ons huis met twee opgroeiende jongens en minstens 5000 honingbijtjes in de bijenhal!